Chemie Fase 2 Cel- en weefselkweek (CB) Energie en energietransport (CP) Focus op het werkveld (CM) Juni 2022 Docent: L. Jacoby Vraag 1 Je krijgt een volledige casus over een hinderlijke inrichting, werk zoveel mogelijk uit zoals bij de opdracht doorheen het jaar:Aspectenanalyse, PESTLE, SWOT, advies moet je proberen te maken. Er wordt niet verwacht dat je dit even grondig uitwerkt zoals bij de opdracht doorheen het jaar, je moet gewoon zo veel mogelijk doen in 3u tijd. Vraag 2 Zoek volgende info op en verwijs naar waar je ze hebt gevonden.(Gewoon Emis.Navigator gebruiken, was niet moeilijk.) Krijg je als student chemie, milieutechnologie een diploma milieucoördinator B? Krijg je als student chemie, milieutechnologie een diploma milieucoördinator A? ... ... Fysicochemie (CC, CB, CM, CP) 2011 januari examen Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 1 Vraag 1 (Schriftelijk) Vanderwaals vergelijking uitleggen vertrekkende van de ideale gaswet Z(samendrukbaarheidscoëfficiënt) uitleggen aan de hand van een grafiek (Z ifv P) voor ideale en reële gassen (enkel uitleg geen afleiding) Vraag 2(Mondeling) adiabatisch proces uitleggen aan de hand van 2de wet van thermodynamica zowel reversibel als niet reversibel Vraag 3 (Mondeling) Uitleggen wat een colligatieve eigenschap is. Vaste stof in een oplossing =>kookpuntsverhoging afleiden + uitleggen Oefeningen Oefening op vrijheidsgraden. (Molaire warmtecapaciteit bij constante druk bepalen voor zowel een lineair als een niet-lineair triatomisch gas.) Oefening waar zowel: q, w dH, dG, dU als dF moet worden berekend voor een Isotherme reversibele expansie en voor een expansie onder een constante uitwendige druk van een ideaal gas. De expansie ging van 1 atm naar 3 atm bij een temperatuur van 50°C. Er was 2 mol gas aanwezig. 2012 januari examen Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 1 vraag 1: leid de gemiddelde kinetische energie en middelbare snelheid af voor een ideaal gas hierbij was uw kinetische energie gegeven en nog twee andere bijhorende formules vraag 2: leid de entropie af voor temperatuur en druk. hierbij was je formule dH = tdS +vdP gegeven dacht ik vraag 3: Geef de dampsamenstellingscurve van een positieve en negative uitwijking van raoul Geef de dampsamenstelling van twee niet mengbare vloeistoffen en de temperatuur. ook moesten we de afleiding van stoomdestillatie geven oefeningen q w dh du dg en df reversibel en isotherm berekenen en isotherm en bij constante druk van 1atm2014 juni examen Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 2 Theorie: 1) A + B ==> P [A]0=[B]0 v = k[A] - Afleiden van snelheid waarmee A en B vertrekken (+grafisch weergeven) - Hoe bepaal je experimenteel de snelheidsconstante? (+grafisch weergeven) - Leid de halfwaardetijd af. 2) Adsorptietheorie van katalysator uitleggen + 4 redenen waarom snelheid toeneemt 3) Vibratie-rotatiespectrum uitleggen - Geef het absorptiespectrum en verklaar met energetische overgangen - Welke twee gegevens (fysische grootheden) kan je hieruit afleiden? Oefeningen: 1) 2A ==> B - [B] en t gegeven: toon aan dat deze reactie van de eerste orde is - Bereken k, t1/2 en [A] na 0,4 u 2) Ontbinding van ozon (steady state) - toon aan dat v = -1/2 d[O3]/dt = k [O3]²/[O2]2015 januari examen Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 1 Lector: Kinnaes Examen 1 Theorievragen: 1. Formule voor cms en Ek afleiden en interpreteren 2. Formule voor entropie i.f.v. T en P afleiden en interpreteren 3. Een vraag rond stoomdestillatie Oefeningen: 1. q, w, dU, dH, dF en dG bepalen, zowel reversibel als irreversibel (enkel temperatuur, drukverandering en uitwendige druk (bij irreversibel) gegeven) 2. Zeggen of een proces spontaan was of niet (vormingsenthalpie en entropie RG en RP gegeven) Examen 2 Theorievragen: 1. a) Van der Waals vergelijking afleiden en uitleggen wat de constanten betekenen. b) Het verloop van Z i.f.v. uitzetten in een grafiek en uitleggen met woorden (niet afleiden) 2. Leg adiabatische expansie uit voor zowel een reversibel als een irreversibel proces 3. a) Teken het dampdruksamenstellingsdiagram en het vloeistofsamenstellingsdiagram van een oplossing met een negatieve afwijking t.o.v. Raoult b) Leg colligatieve eigenschappen uit a.d.h.v. de volgende formules: formule voor dampdrukverlaging formule voor kookpuntsverhoging formule voor osmose Oefeningen: 1. q, w, dU en dH bepalen 2. Zeggen of een proces spontaan is of niet en zoniet bij welke temperatuur het dan wel spontaan is (vormingsenthalpie en entropie RG en RP gegeven)2015 juni examen Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 2 lector: Kinnaes Examen 1 1) Geef de vergelijking voor de concentraties van A, B en C bij deze parallelle reactie. Geef het verloop van de concentraties per tijd grafisch weer. Hoe bepaal je grafisch (en experimenteel) de snelheidscte? (schriftelijk en staat op /3,5) 2) Bepaling van n en k a.d.h.v. halfwaardetijd uitleggen. (mondeling en staat op /2,5) 3) Foscorescentie uitleggen m.b.h.v. energie-overgangen (grafisch weergeven). Waarom zijn sommige organische moleculen gekleurd? (ook grafisch uitleggen). (mondeling en staat op /6) Oef: 1) bewijzen dat de reactie van orde 1 is + waardes bepalen (zoals k en t1/2) (/5) 2) bewijzen dat de reactie van orde 1 is a.d.h.v. steady-state + de globale snelheidscte geven (/3) Examen 2 1) Snelheidsvergelijk van deze reactie afleiden: 2A + B -> P 2) De kenmerken van fysische en chemische adsorptie geven 3) Rotatiespectrum geven + uitleggen Oef: 1) waardes bepalen voor een 2de orde reactie (k en t1/2 enzo) 2) oef op steady-state bij de 3de orde2016 januari examen Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 1 Examen 1 Theorie: Schriftelijk: 1) a. afleiding tot (dU/dT)v = cv en (dH/dT)p = cp halen uit de formule voor de warmtecapaciteit, de inwendige energie en enthalpie. b. Hieruit molaire warmtecapaciteiten afleiden Mondeling: 2) De differentiaalvergelijking van de vrije Gibbs-energie afleiden en van 1 van de 2 differentialen integreren volgens de ideale gaswet. (er kan er maar 1 geïntegreerd worden) 3) a. Temperatuur-samenstellingsgrafiek tekenen van een gedeeltelijk mengbare oplossing (+ bijvragen) b. dampdruk-samenstelling en temperatuur-samenstelling grafiek tekenen van een ideale oplossing. Oefeningen: 4) dS berekenen in een cyclisch proces 5) proces spontaan of niet (molaire entropiëen, temperatuur en reactie-enthalpie gegeven)2016 juni examen Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 2 lector: Kinnaes Theorie 1 1) A + 2B -> C met v= k.[B]^2 (schriftelijk) a) Integreren + grafiek b) B = 2[A]0 => integreren en ifv. [A] schrijven 2) 3 formules die je moet kunnen plaatsen + verklaren (mondeling) a) formule van botsingstheorie b) x/m => adsorptie (Heterogene katalyse) -> bijvragen: namen van isothermen, ... c) grafiek van een volgreactie als k1 << k2 3) vibratie-rotatiespectrum uitleggen, tekenen, ... (mondeling) Oefeningen 1 1) partiele ordes bepalen (+ bewijzen dan alpha =0): v = k . [a]^alpha . [B]^beta . [C]gamma 2) k bepalen2017 augustus examen Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 1 Schriftelijk 1) Formule voor cms en Ek afleiden en interpreteren, gegeven is: ek = mc²/2 en c(ms) = sqrt(c²) Mondeling 2) De dS afleiden in functie van P en T, gegeven is: dH = TdS + VdP. interpreteren: wat als P en T stijgen/dalen 3) Geef dampdruk-samenstellingsdiagramma en overeenkomstig temperatuurs-samenstellingsdiagramma van: a. niet ideale oplossing die een positieve afwijking heeft tov. Raoult b. een niet-mengbaar mengsel en hieruit stoomdestillatie uitleggen Oefeningen: 1) q, w, U,G, H bepalen 2) Reactie is gegeven met entropie van elke stof, enthalpie van de stoffen en temperatuur. Berekenen of reactie spontaan is of niet. Zo niet spontaan, uitrekenen welke temperatuur nodig is om de reactie spontaan te laten verlopen. 2017 januari examen Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 1 Examen 1 Theorie: 1) Formule voor cms en Ek afleiden en interpreteren, gegeven is: ek = mc²/2 en c(ms) = vierkantswortel(c²) 2) De entropie afleiden in functie van P en T, gegeven is: dH = TdS + VdP. 3) Vraag uit 2.19, geef de temperatuur-samenstellingsdiagramma en dampdruk-samenstellingsdiagramma van: a. niet ideale oplossing die een positieve afwijking heeft tov. Raoult b. een niet-mengbaar mengsel en hieruit stoomdestillatie uitleggen Oefeningen: 1) q, w, U, F, G, H van zowel reversibel en irreversibel bepalen, drukverandering en uitwendige druk (bij irreversibel) is gegeven en T = cst 2) Reactie is gegeven met entropie van elke stof, enthalpie van de stoffen en temperatuur. Berekenen of reactie spontaan is of niet. Zo niet spontaan, uitrekenen welke temperatuur nodig is om de reactie spontaan te laten verlopen.2017 juni examen Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 2 1) A + 2B -> C met v= k.[B]^2 (schriftelijk) a) Integreren + grafiek b) B = 2[A]0 => integreren en ifv. [A] schrijven 2) 3 formules die je moet kunnen plaatsen + verklaren (mondeling) a) formule van botsingstheorie b) y=x/m=Pa/1+bP => adsorptie (Heterogene katalyse) -> bijvragen: namen van isothermen, ... c) grafiek van een volgreactie als k1 << k2 3) vibratie-rotatiespectrum uitleggen, tekenen, ... (mondeling)2018 augustus examen Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 1 Schriftelijk a) Geef de verhouding van Cv en Cp (molaire). Beging met de basis formule voor warmtecapaciteit en maak gebruik van de eerste hoofdwet van de thermodynamica. b) Teken de grafiek van het volume in functie van de druk. duidt hier op aan Andrews isotherme, kritische isotherme, Boyle isotherme en kritischpunt. geef ook de fase toestanden (gas of vloeistof) op de grafiek. Mondeling 1) Leid de verandering van de Gibbs-vrije energie af met druk (P) en temperatuur (T). Maak gebruik van de verhouding tussen de entropie (S) en uitwendige energie (U). Gebruik ook de eerste (dU = w + q) en tweede (dS = q/T) wet van de thermodynamica. 2) b. Geef de temperatuur-samenstellingsgrafiek van twee semi-mengbare stoffen met een boven kritischpunt. (worden vragen gesteld) a. Geef de dampdruk-samenstellingsgrafiek van twee ideaal mengbare stoffen. Geef ook de bijhorende temperatuur-samenstellingsgrafiek. Oefeningen 1) Bereken de ΔSsyst, ΔSomg en ΔSuni voor verschillende systemen (isotherm reversibel, isotherm irreversibel, adiabatisch reversibel en adiabatisch irreversibel) 2) Bereken van een reactie of ze spontaan is of niet. Indien niet spontaan berekenen bij welke temperatuur wel.2019 januari examen Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 1 Schriftelijk 1) Geef de afleiding voor Cv=dU/dT en Cp=dH/dT. Maak gebruik van de formule voor warmtecapaciteit, de 1e hoofdwet van thermodynamica en de relatie tussen inwendige energie en enthalpie. Mondeling 1) Leid de verandering van de Gibbs-vrije energie af met druk (P) en temperatuur (T). Maak gebruik van de verhouding tussen de entropie (S) en uitwendige energie (U). Gebruik ook de eerste (dU = q + w) en tweede (dS = qrev/T) wet van de thermodynamica. 2)a. Geef de dampdruk-samenstellingsgrafiek van twee ideaal mengbare stoffen. Geef ook de bijhorende temperatuur-samenstellingsgrafiek. Wat weet je over intermoleculaire krachten, dHmeng en dVmeng? b. Leg colligatieve eigenschappen uit a.d.h.v. de volgende formules + toon aan dat dit effectief colligatieve eigenschappen zijn + waarvan zijn deze (on)afhankelijk (3 zaken): formule voor dampdrukverlaging formule voor kookpuntsverhoging (beide vormen van de afleiding kennen, want je moet ze helemaal uitleggen!) (het diagram tekenen is een meerwaarde voor het antwoord!) Oefeningen 1) Gegeven: 5,0 mol van een ideaal diatomisch gas bevindt zich initieel bij 2,0 atm en 400K en wordt aan volgend cyclisch proces onderworpen: A) isotherme samendrukking tot 3,0 atm. B) isobare temperatuurstijging tot 600K. C) willekeurige terugkeer naar de begintoestand. Gevraagd: bereken dS voor elke stap. 2) Gegeven: Endotherme ontbinding van koper(II)oxide tot koper(I)oxide bij 25°C en 1atm: 4CuO -> 2Cu2O + O2 dH Reactie = 143,7 kJ/mol (!kilo!Joule) dS: CuO = 43,0 J/K.mol CuO = 100,8 J/K.mol O2 = 205,0 J/K.mol Gevraagd: Gaat de reactie bij gegeven omstandigheden spontaan op? Indien niet, bereken de temperatuur waarbij dit wel spontaan verloopt.2022 Januari Examen Lector: A. Kinnaes, open vragen en oefeningen, 2u20 (wij kregen 3uur (+30% extra tijd)) ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Theorie Vraag 1 (2 punten) Z ifv p grafiek gevenType I en II, uitleggen wat verschil of zoiets Vraag 2 (2 punten) Smeltcurves water en meeste stoffen gegeven en zeggen met vgl (clayersonvgl) wat verschil is en wrm Die grafiek kreeg je dus, wel zonder de (dp/dT) dat moest je dan als uitleg geven Vraag 3 (2 punten) entropie isochoor ideal gas reversibelAfleidenA)Differentiaal vertrekkende van tweede hoofdwet thermodynamica en dU gebruiken en eerste hoofdwet.B) integrerenC)D) Oefeningen Vraag 1 ( 4 punten) Thermodynamica Zeggen of reactie spontaan is of niet (was niet spontaan) Indien niet spontaan zeggen bij welke temperatuur wel Vraag 2 (6 punten) Kinetica: 2de orde reactie aA->P Aantonen dat het tweede orde reactie is k berekenen Massa berekenen bij bepaalde tijd (300min.) 2022 Augustus examen Lector: A. Kinnaes, open vragen en oefeningen, 2u20 (wij kregen 3uur (+30% extra tijd)) ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Theorie (50%) Vraag 1 (2 punten) Gegeven de van 't Hoff  vergelijking (zie formularium), geef de grafiek voor een endotherme reactie waaruit je de enthalpie kan halen en zeg hoe? Alles staat op de dia hieronder Vraag 2 (3 punten) Leg uit met vergelijking (zie formularium) waarom voor een zuiver stof ? Het zijn de vergelijkingen die onder "Thermodynamica>fase-evenwichten" staan op het formularium Clapeyron/ Clausius-Clapeyron vergelijking. Vraag 3 (5 punten) Leid onder differentiaal vorm de Gibbs-energie af bij isobare omstandigheden, vertrekkende van de definitie voor Gibbs-energie G = H - T.S, gebruik het verband tussen de enthalpie en de inwendige energie en de eerste en tweede hoofdwet van de thermodynamica? Wat gebeurt er met de Gibbs-energie als de temperatuur stijgt? ??? Puntje 1 was de verwoording wel wat anders en mss dat ik wat vergeten ben en puntje 3 weet ik niet meer wat de vraag was, maar ben vrij zeker dat er 3 deelvragen waren. Puntje 2 ben ik wel zeker. Oefeningen (50%) Vraag 1 ( 5 punten) Thermodynamica Er werd gegeven dat je stikstofgas had met M=28 g/mol en een druk van 1,0 atm en een temperatuur van 298K, het volume werd verdubbeld. Bereken de entropie bij: Reversibele isotherme expansie Irreversibele isotherme expansie Reversibele adiabatische expansie Irreversibele adiabatische expansie Als ik het goed heb stond er bij 1 van de 2 of beide adiabtische expansies nog iets bij over dat de einddruk niet de begindruk was, maar 0,5 atm maar weet niet meer zeker. Kan zijn dat ik bij de gegevens ook iets ben vergeten, maar denk van niet. Vraag 2 (5 punten) Kinetica Gegeven: Reactie 2A->B t (min.) 0 10 20 30 40 ∞ cB 0 0,089 0,153 0,200 0,230 0,312 Aantonen dat het 1ste orde reactie is en k berekenen. Concentratie berekenen bij bepaalde tijd (0,4u.) Gevorderde synthese en karakterisatie (CC) Instrumentele analytische chemie (CB, CM, CP) 2013 juni examen Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant 1 ) KOLOMCHROMATOGRAFIE (7p) : a) Onderscheid maken tussen HPLC en GC (geef beide blokschema's) b) Wat is de mobiele fase ? c) Wat is de stationaire fase ? (HPLC : RPLC verklaren ; GC : onderscheid tussen 2 kolommen maken) d) Vernoem 2 detectoren die je kunt gebruiken e) Toepassing f) Van Deemter vergelijking (2 grafieken tekenen , zeggen welke experimentele waarde gedetecteerd moeten worden , welke factor het verschil veroorzaakt bij GC en HPLC) g) Tekening krijg je en CIEF uitleggen ( 2de vraag hoe kun je proteïnen detecteren -> mobilisering met NaCl) h) Het fractioneringsbereik bij exclusiechromatografie uitleggen 2) FLUORIMETRIE (4p) : a) Onderscheid maken tussen fluorimetrie en neflometerie (beide blokschema's tekenen) b) Zeggen wat het basis doel is van beide technieken c) Welke detector gebruik je ? (algemeen + vb) d) Welke golflengte selector gebruik je ? (algemeen + vb) e) Toepassing van beide (algemeen + vb) f) Bij fluorimetrie welk concentratiegebied werk je het beste (LAAG/HOOG) en welk verschijnsel treedt op ? g) Techniek dat gelijkt op neflometrie (turbimetrie) en verschil uitleggen tussen beiden 3) Absorptie (3p) a) Uitleggen van vlam AAS enkel straal aan de hand van blokschema en elke onderdeel bondig bespreken b) Wat wordt er als 2de atomisator gebruikt ? wat zijn de voordelen van de techniek ? welke andere werkwijze moet gevolgd worden ? 4) Toepassing/oefening (3p) a) OEFENING : 2 roosters met d1 = 12 000 spleten/cm en d2 = 4000 spleten/cm gemeten bij 400 nm en 700 nm , bepaal de hoek alfa (lambda = d sin(alfa)) (vergeet niet om te zetten van nm naar m !) b) Teken bovenstaande situatie uit , voeg er ook splitter aan toe met draagpunt bij 550 nm en schets de grafieken c) Naarmate er meer spleten zijn heb je GROTERE/KLEINERE roosterconstante d , waardoor je SMALLERE/BREDERE absorptiepieken hebt , waardoor je MINDER/MEER golflengte moeten geselecteerd worden 5) ELEKTROCHEMIE (3p) a) Verschijnselen die conductimetrie beïnvloeden b) ... = G . (s/L) ; vul ... aan en benoem ... met eenheid en (s/L) benoemen met bijhorende eenheid c) mobiliteit tabel gegeven vul eenheid in van uw mobiliteit d) titratiecurve van HCl en NaOH tekenen en verklaren , teken titratiecurve van NH4Cl en NaOH erbij2015 augustus examen Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant lector: S. Arickx VRAAG 1 (7 punten) a) HPLC en GC met elkaar vergelijken (blokschema's, mobiele/stationaire fase, detectoren, keuze kolom afhankelijk van..., kolommen, toepassing, elutieprobleem oplossen door) b) Van Deemter vergelijking geven + elke term benoemen. Grafiek voor GC en HPLC tekenen en zeggen welke term het verschil bepaalt en waarom dit verschillend is VRAAG 2 (6 punten) De afwijkingen op de wet van Lambert-Beer geven, uitleggen, oplossing geven en grafisch voorstellen. VRAAG 3 (3 punten) a) Geef de formule voor de specifieke geleidbaarheid, leg dit uit en geef de eenheid. b) Doe hetzelfde voor de equivalente geleidbaarheid c) De titratiecurve van AgNO3 met NaCl geven en het verloop hiervan uitleggen a.d.h.v. de mobiliteiten (deze zijn gegeven). VRAAG 4 (4 punten) a) Oefening op roosterconstante + aanduiden wat juist is in een zin (gaat over de roosterconstante, wat er gebeurt als deze kleiner/groter wordt) b) Een tekening is gegeven en jij moet een bepaald onderdeel benoemen en uitleggen hoe het werkt (dit was een holle kathode lamp) c) De voornaamste techniek om plasma te creëren is ... . Wordt plasma gebruikt bij emissie of absorptie en leg bondig uit.2015 juni examen Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant lector: S. Arickx VRAAG 1 (6 punten) 2 chromatogrammen + uitleg gekregen a) Wat is gebonden fase chromatografie? b) Type kolom uitleggen + is dit NPLC of RPLC? c) Gradiënt elutie uitleggen d) hoe bekom je telkens een evengroot aan analiet volume in de kolom? e) Hoe gebeurt de detectie? Leg kort uit f) Oefeningen op capaciteitswaarde en resolutie. Resultaten ook interpreteren en voor wat deze 2 een waarde zijn (vb: migratiesnelheid) VRAAG 2 (6 punten) Vergelijk vlamfotometrie en moleculaire fluorimetrie met elkaar. a) Leg het principe uit van beide technieken b) Teken het blokschema van beide technieken c) Leg de gebruikte golflengteselector uit (en geve deze ook) van beide technieken d) Eigenschappen van de gebruikte lichtbron (en geve deze ook) van beide technieken geven e) Uitleggen voor wat het kan gebruikt worden als analysemethode (en geef een voorbeeld) f) De ijklijnen van deze technieken lopen in praktijk niet lineair. Teken hoe deze wel verlopen en leg in een zin uit hoe dit komt. VRAAG 3 (4 punten) a) Geef de 3 technieken waarmee eiwitten kunnen bepaald worden bij capillaire elektroforese + geef het principe van elke techniek b) Halfschaduwpolarimeter getekend op 135°. Kleur wat je ziet door de lens (dus in de 2 halve cirkels) c) vergeten VRAAG 4 (4 punten) a) Ag/AgCl referentie elektrode uitleggen + tekenen b) Dubbel junctie uitleggen + tekenen c) 2 referentie-elektrode geven + uitleggen + voorbeeld geven d) Een synoniem voor de conductimetrische mobiliteit is ... . Teken hiervan een grafiek. Geef ook het symbool en de eenheid.2016 juni examen Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant lector: S. Arickx Vraag 1 (6 punten) Twee figuren gegeven van gebonden fase chromatografie. a) wat wordt algemeen bedoeld met "gebonden fase chromatografie"? b) verduidelijk over welk type kolom het hier gaat. bespreek eveneens de stationaire fase. Gaat het hier om RPLC of NPLC? c) zijn er aandachtspunten m.b.t. de mobiele fase (voorbereidende stappen)? Leg daarnaast uit wat men met "gradiënt elutie" bedoelt. Waarom wordt dit toegepast? d) Hoe kan men ervoor zorgen dat er steeds eenzelfde volume geïnjecteerd wordt? (vb. 50 µL) e) De scheiding van twee componenten op een chromatografische kolom wordt o.a. bepaald door het verschil in migratiesnelheid. Wat is migratiesnelheid? Bespreek in verband hiermee de retentietijd en de verdelingscoëfficiënt en leidt de relatie af tussen deze twee parameters. (Gegeven: tm/tr = verhouding van het aantal mol opgeloste stof in MF tot het totaal aantal mol opgeloste stof in de gehele kolom) Vraag 2 (6 punten) Vergelijk vlamfotometrie en AAS (met vlam) door volgende vragen te beantwoorden. a) Geef het BASISPRINCIPE (omcirkel telkens het juiste antwoord) waarop elke techniek gebaseerd is en omschrijf dit principe. ATOMAIRE / MOLECULAIRE en ABSORPTIE / EMISSIE b) Teken het (algemene) BLOKSCHEMA voor elke techniek. Geef voor elke bouwsteen de algemene benaming van het onderdeel en één specifiek mogelijk type. Indien in het schema een atomisator aanwezig is, teken deze dan in detail. Gebruik in het schema twee kleuren: één kleur voor de gemeenschappelijke onderdelen (kleur: ........), een ander kleur (kleur: ........) voor de verschillende onderdelen. c) Geef de functie(s) van de vlam d) Toepassing van deze techniek: algemeen en een concreet voorbeeld geven voor elk. e) Ijklijn: de ijklijn is geen rechte. Schets deze ijklijn (vergeet de assen niet te benoemen) en duid de afwijking(en) aan. f) Extra: naast de vlam, kan in principe ook een ....... gebruikt worden. Deze heeft als voordeel dat ............................................................................................................................ Vraag 3 (4 punten) a) Leg de werking van de H+ gevoelige elektrode uit (geef hierbij een tekening ter ondersteuning van je antwoord). b) Wat is een "gecombineerde" H+ gevoelige elektrode? Leg uit in woorden en schets ook dit type elektrode (met aanduiding van de verschillende onderdelen). Vraag 4 (4 punten) a) Een kolom (te gebruiken voor gelchromatografie) die een gel bevat met een hoge graad van crosslinking, zal een LAGE/HOGE "water regain" waarde hebben en een relatief KLEINE/GROTE "uitsluitingslimiet" (omcirkel telkens het juiste antwoord). b) Omcirkel de juiste antwoorden (keuze staan telkens in drukletters) in onderstaande stelling over een transmissierooster: Hoe meer spleten er aanwezig zijn per cm (d.w.z. hoe KLEINER/GROTER de roosterconstante d), des te KLEINER/GROTER de variantie in alfa moet zijn om hetzelfde golflengtegebied te doorlopen, zodat met dezelfde slitopening er MINDER/MEER golflengten geselecteerd worden en de bandbreedte dus KLEINER/GROTER is. Toon deze stelling aan m.b.v. onderstaande oefening over twee transmissieroosters. Het eerste rooster heeft 12000 spleten/cm, het tweede rooster heeft 4000 spleten/cm. Aangezien de lichtbron enkel wit PC licht (400-700 nm) uitzendt, worden enkel de eerste orde golflengten beschouwd. Bereken voor beide roosters de in te stellen hoek alfa om MMC licht van 400 nm te produceren, alsook de hoek alfa om MC licht van 700 nm te bekomen. Stel voor beide roosters de spreiding schematisch voor. c) Bij conductimetrie beïnvloeden de afstand (l) tussen de twee elektroden en het oppervlak (S) van de elektroden de gemeten geleidbaarheid. De verhouding van deze twee parameters (l/S) wordt ook de ............... genoemd [eenheid .......]. Van welke grootheid worden in onderstaande tabel enkele cijfergegevens weergegeven? Vul het correcte symbool ervan aan in de tabel en geef zowel de korte als de lange benaming: ...................................... Tabel gegeven.2017 augustus examen Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant Vraag 1: KOLOMCHROMATOGRAFIE (7p) a) Onderscheid maken tussen HPLC en GC (geef beide blokschema's) b) Wat is de mobiele fase ? c) Wat is de stationaire fase ? (HPLC : RPLC verklaren ; GC : onderscheid tussen 2 kolommen maken) d) Vernoem 2 detectoren die je kunt gebruiken e) Toepassing + voorbeeld f) Van Deemter vergelijking (2 grafieken tekenen , zeggen welke experimentele waarde gedetecteerd moeten worden , welke factor het verschil veroorzaakt bij GC en HPLC) Vraag 2: Wet van Lambert-Beer (6 punten) De afwijkingen geven op Lambert-Beer, uitleggen met grafieken. Vraag 3 (4 punten) a) Geef de formule voor de specifieke geleidbaarheid, leg dit uit en geef de eenheid. b) Doe hetzelfde voor de equivalente geleidbaarheid c) De titratiecurve van AgNO3 met NaCl geven en het verloop hiervan uitleggen a.d.h.v. de mobiliteiten (deze zijn gegeven). Vraag 4 (3 punten) a) Geef de formule, betekenis en eenheid van conductiviteit. b) De voornaamste techniek om plasma te creëren is ... . Wordt plasma gebruikt bij emissie of absorptie en leg bondig uit. c) Een tekening is gegeven en jij moet een bepaald onderdeel benoemen en uitleggen hoe het werkt (dit was een holle kathode lamp)2017 juni examen Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant Vraag 1 (6 punten) Ionchromatografie: 2 chromatogrammen van zowel anionwisselaar en kationwisselaar. a) waarom komt het ene anion voor het andere anion uit de kolom? waarom komt het ene kation na het andere uit de kolom? b) het verband tussen de MF en SF bij anionwisselaar. c) welke twee detecties zijn er, leg beide bondig uit (tekening) d) formule resolutie geven en hoe je hier aankomt. Vraag 2 Vergelijking tussen AAS en (moleculaire) spectroflourimetrie. a) beide principes geven b) Teken het (algemene) BLKSCHEMA voor elke techniek. Geef voor elke bouwsteen de algemene benaming van het onderdeel én één specifiek mogelijk type. Gebruik in het schema 2 kleuren: één kleur voor de gemeenschappelijke onderdelen (kleur: .........), een andere kleur (kleur:.......) voor de verschillende onderdelen. c) lichtbron, golflengteselector, detector d) toepassingen geven, algemeen en een concreet voorbeeld. e) afwijking in de ijklijn geven in een grafiek, afwijking in één zin uitleggen, grafiek benoemen en afwijking aanduiden. Vraag 3 a) Leg de werking van de H+ gevoelige elektrode uit (geef hierbij een tekening ter ondersteuning van je antwoord) b) Wat is een "gecombineerde" H+ gevoelige elektrode? Leg uit in woorden en schets ook dit type elektrode (met aanduiding van de verschillende onderdelen). Vraag 4 (4 punten) a) oef op concentratie en absorbantie b) molaire conductometrie, een synoniem geven. Een tabel was gegeven hiervan, moest de juiste eenheid invullen. c) 4 grafieken gegeven. Grafiek aanduiden die voor AgNO3 en LiCl was.Januari 2022 Officiële verbetersleutel januari 2022.  Lector: S. Arickx Instrumentele analytische chemie (CC) 2013 juni examen Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant 1 ) KOLOMCHROMATOGRAFIE (7p) : a) Onderscheid maken tussen HPLC en GC (geef beide blokschema's) b) Wat is de mobiele fase ? c) Wat is de stationaire fase ? (HPLC : RPLC verklaren ; GC : onderscheid tussen 2 kolommen maken) d) Vernoem 2 detectoren die je kunt gebruiken e) Toepassing f) Van Deemter vergelijking (2 grafieken tekenen , zeggen welke experimentele waarde gedetecteerd moeten worden , welke factor het verschil veroorzaakt bij GC en HPLC) g) Tekening krijg je en CIEF uitleggen ( 2de vraag hoe kun je proteïnen detecteren -> mobilisering met NaCl) h) Het fractioneringsbereik bij exclusiechromatografie uitleggen 2) FLUORIMETRIE (4p) : a) Onderscheid maken tussen fluorimetrie en neflometerie (beide blokschema's tekenen) b) Zeggen wat het basis doel is van beide technieken c) Welke detector gebruik je ? (algemeen + vb) d) Welke golflengte selector gebruik je ? (algemeen + vb) e) Toepassing van beide (algemeen + vb) f) Bij fluorimetrie welk concentratiegebied werk je het beste (LAAG/HOOG) en welk verschijnsel treedt op ? g) Techniek dat gelijkt op neflometrie (turbimetrie) en verschil uitleggen tussen beiden 3) Absorptie (3p) a) Uitleggen van vlam AAS enkel straal aan de hand van blokschema en elke onderdeel bondig bespreken b) Wat wordt er als 2de atomisator gebruikt ? wat zijn de voordelen van de techniek ? welke andere werkwijze moet gevolgd worden ? 4) Toepassing/oefening (3p) a) OEFENING : 2 roosters met d1 = 12 000 spleten/cm en d2 = 4000 spleten/cm gemeten bij 400 nm en 700 nm , bepaal de hoek alfa (lambda = d sin(alfa)) (vergeet niet om te zetten van nm naar m !) b) Teken bovenstaande situatie uit , voeg er ook splitter aan toe met draagpunt bij 550 nm en schets de grafieken c) Naarmate er meer spleten zijn heb je GROTERE/KLEINERE roosterconstante d , waardoor je SMALLERE/BREDERE absorptiepieken hebt , waardoor je MINDER/MEER golflengte moeten geselecteerd worden 5) ELEKTROCHEMIE (3p) a) Verschijnselen die conductimetrie beïnvloeden b) ... = G . (s/L) ; vul ... aan en benoem ... met eenheid en (s/L) benoemen met bijhorende eenheid c) mobiliteit tabel gegeven vul eenheid in van uw mobiliteit d) titratiecurve van HCl en NaOH tekenen en verklaren , teken titratiecurve van NH4Cl en NaOH erbij2015 augustus examen Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant lector: S. Arickx VRAAG 1 (7 punten) a) HPLC en GC met elkaar vergelijken (blokschema's, mobiele/stationaire fase, detectoren, keuze kolom afhankelijk van..., kolommen, toepassing, elutieprobleem oplossen door) b) Van Deemter vergelijking geven + elke term benoemen. Grafiek voor GC en HPLC tekenen en zeggen welke term het verschil bepaalt en waarom dit verschillend is VRAAG 2 (6 punten) De afwijkingen op de wet van Lambert-Beer geven, uitleggen, oplossing geven en grafisch voorstellen. VRAAG 3 (3 punten) a) Geef de formule voor de specifieke geleidbaarheid, leg dit uit en geef de eenheid. b) Doe hetzelfde voor de equivalente geleidbaarheid c) De titratiecurve van AgNO3 met NaCl geven en het verloop hiervan uitleggen a.d.h.v. de mobiliteiten (deze zijn gegeven). VRAAG 4 (4 punten) a) Oefening op roosterconstante + aanduiden wat juist is in een zin (gaat over de roosterconstante, wat er gebeurt als deze kleiner/groter wordt) b) Een tekening is gegeven en jij moet een bepaald onderdeel benoemen en uitleggen hoe het werkt (dit was een holle kathode lamp) c) De voornaamste techniek om plasma te creëren is ... . Wordt plasma gebruikt bij emissie of absorptie en leg bondig uit.2015 juni examen Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant lector: S. Arickx VRAAG 1 (6 punten) 2 chromatogrammen + uitleg gekregen a) Wat is gebonden fase chromatografie? b) Type kolom uitleggen + is dit NPLC of RPLC? c) Gradiënt elutie uitleggen d) hoe bekom je telkens een evengroot aan analiet volume in de kolom? e) Hoe gebeurt de detectie? Leg kort uit f) Oefeningen op capaciteitswaarde en resolutie. Resultaten ook interpreteren en voor wat deze 2 een waarde zijn (vb: migratiesnelheid) VRAAG 2 (6 punten) Vergelijk vlamfotometrie en moleculaire fluorimetrie met elkaar. a) Leg het principe uit van beide technieken b) Teken het blokschema van beide technieken c) Leg de gebruikte golflengteselector uit (en geve deze ook) van beide technieken d) Eigenschappen van de gebruikte lichtbron (en geve deze ook) van beide technieken geven e) Uitleggen voor wat het kan gebruikt worden als analysemethode (en geef een voorbeeld) f) De ijklijnen van deze technieken lopen in praktijk niet lineair. Teken hoe deze wel verlopen en leg in een zin uit hoe dit komt. VRAAG 3 (4 punten) a) Geef de 3 technieken waarmee eiwitten kunnen bepaald worden bij capillaire elektroforese + geef het principe van elke techniek b) Halfschaduwpolarimeter getekend op 135°. Kleur wat je ziet door de lens (dus in de 2 halve cirkels) c) vergeten VRAAG 4 (4 punten) a) Ag/AgCl referentie elektrode uitleggen + tekenen b) Dubbel junctie uitleggen + tekenen c) 2 referentie-elektrode geven + uitleggen + voorbeeld geven d) Een synoniem voor de conductimetrische mobiliteit is ... . Teken hiervan een grafiek. Geef ook het symbool en de eenheid.2016 juni examen Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant lector: S. Arickx Vraag 1 (6 punten) Twee figuren gegeven van gebonden fase chromatografie. a) wat wordt algemeen bedoeld met "gebonden fase chromatografie"? b) verduidelijk over welk type kolom het hier gaat. bespreek eveneens de stationaire fase. Gaat het hier om RPLC of NPLC? c) zijn er aandachtspunten m.b.t. de mobiele fase (voorbereidende stappen)? Leg daarnaast uit wat men met "gradiënt elutie" bedoelt. Waarom wordt dit toegepast? d) Hoe kan men ervoor zorgen dat er steeds eenzelfde volume geïnjecteerd wordt? (vb. 50 µL) e) De scheiding van twee componenten op een chromatografische kolom wordt o.a. bepaald door het verschil in migratiesnelheid. Wat is migratiesnelheid? Bespreek in verband hiermee de retentietijd en de verdelingscoëfficiënt en leidt de relatie af tussen deze twee parameters. (Gegeven: tm/tr = verhouding van het aantal mol opgeloste stof in MF tot het totaal aantal mol opgeloste stof in de gehele kolom) Vraag 2 (6 punten) Vergelijk vlamfotometrie en AAS (met vlam) door volgende vragen te beantwoorden. a) Geef het BASISPRINCIPE (omcirkel telkens het juiste antwoord) waarop elke techniek gebaseerd is en omschrijf dit principe. ATOMAIRE / MOLECULAIRE en ABSORPTIE / EMISSIE b) Teken het (algemene) BLOKSCHEMA voor elke techniek. Geef voor elke bouwsteen de algemene benaming van het onderdeel en één specifiek mogelijk type. Indien in het schema een atomisator aanwezig is, teken deze dan in detail. Gebruik in het schema twee kleuren: één kleur voor de gemeenschappelijke onderdelen (kleur: ........), een ander kleur (kleur: ........) voor de verschillende onderdelen. c) Geef de functie(s) van de vlam d) Toepassing van deze techniek: algemeen en een concreet voorbeeld geven voor elk. e) Ijklijn: de ijklijn is geen rechte. Schets deze ijklijn (vergeet de assen niet te benoemen) en duid de afwijking(en) aan. f) Extra: naast de vlam, kan in principe ook een ....... gebruikt worden. Deze heeft als voordeel dat ............................................................................................................................ Vraag 3 (4 punten) a) Leg de werking van de H+ gevoelige elektrode uit (geef hierbij een tekening ter ondersteuning van je antwoord). b) Wat is een "gecombineerde" H+ gevoelige elektrode? Leg uit in woorden en schets ook dit type elektrode (met aanduiding van de verschillende onderdelen). Vraag 4 (4 punten) a) Een kolom (te gebruiken voor gelchromatografie) die een gel bevat met een hoge graad van crosslinking, zal een LAGE/HOGE "water regain" waarde hebben en een relatief KLEINE/GROTE "uitsluitingslimiet" (omcirkel telkens het juiste antwoord). b) Omcirkel de juiste antwoorden (keuze staan telkens in drukletters) in onderstaande stelling over een transmissierooster: Hoe meer spleten er aanwezig zijn per cm (d.w.z. hoe KLEINER/GROTER de roosterconstante d), des te KLEINER/GROTER de variantie in alfa moet zijn om hetzelfde golflengtegebied te doorlopen, zodat met dezelfde slitopening er MINDER/MEER golflengten geselecteerd worden en de bandbreedte dus KLEINER/GROTER is. Toon deze stelling aan m.b.v. onderstaande oefening over twee transmissieroosters. Het eerste rooster heeft 12000 spleten/cm, het tweede rooster heeft 4000 spleten/cm. Aangezien de lichtbron enkel wit PC licht (400-700 nm) uitzendt, worden enkel de eerste orde golflengten beschouwd. Bereken voor beide roosters de in te stellen hoek alfa om MMC licht van 400 nm te produceren, alsook de hoek alfa om MC licht van 700 nm te bekomen. Stel voor beide roosters de spreiding schematisch voor. c) Bij conductimetrie beïnvloeden de afstand (l) tussen de twee elektroden en het oppervlak (S) van de elektroden de gemeten geleidbaarheid. De verhouding van deze twee parameters (l/S) wordt ook de ............... genoemd [eenheid .......]. Van welke grootheid worden in onderstaande tabel enkele cijfergegevens weergegeven? Vul het correcte symbool ervan aan in de tabel en geef zowel de korte als de lange benaming: ...................................... Tabel gegeven.2017 augustus examen Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant Vraag 1: KOLOMCHROMATOGRAFIE (7p) a) Onderscheid maken tussen HPLC en GC (geef beide blokschema's) b) Wat is de mobiele fase ? c) Wat is de stationaire fase ? (HPLC : RPLC verklaren ; GC : onderscheid tussen 2 kolommen maken) d) Vernoem 2 detectoren die je kunt gebruiken e) Toepassing + voorbeeld f) Van Deemter vergelijking (2 grafieken tekenen , zeggen welke experimentele waarde gedetecteerd moeten worden , welke factor het verschil veroorzaakt bij GC en HPLC) Vraag 2: Wet van Lambert-Beer (6 punten) De afwijkingen geven op Lambert-Beer, uitleggen met grafieken. Vraag 3 (4 punten) a) Geef de formule voor de specifieke geleidbaarheid, leg dit uit en geef de eenheid. b) Doe hetzelfde voor de equivalente geleidbaarheid c) De titratiecurve van AgNO3 met NaCl geven en het verloop hiervan uitleggen a.d.h.v. de mobiliteiten (deze zijn gegeven). Vraag 4 (3 punten) a) Geef de formule, betekenis en eenheid van conductiviteit. b) De voornaamste techniek om plasma te creëren is ... . Wordt plasma gebruikt bij emissie of absorptie en leg bondig uit. c) Een tekening is gegeven en jij moet een bepaald onderdeel benoemen en uitleggen hoe het werkt (dit was een holle kathode lamp)2017 juni examen Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant Vraag 1 (6 punten) Ionchromatografie: 2 chromatogrammen van zowel anionwisselaar en kationwisselaar. a) waarom komt het ene anion voor het andere anion uit de kolom? waarom komt het ene kation na het andere uit de kolom? b) het verband tussen de MF en SF bij anionwisselaar. c) welke twee detecties zijn er, leg beide bondig uit (tekening) d) formule resolutie geven en hoe je hier aankomt. Vraag 2 Vergelijking tussen AAS en (moleculaire) spectroflourimetrie. a) beide principes geven b) Teken het (algemene) BLKSCHEMA voor elke techniek. Geef voor elke bouwsteen de algemene benaming van het onderdeel én één specifiek mogelijk type. Gebruik in het schema 2 kleuren: één kleur voor de gemeenschappelijke onderdelen (kleur: .........), een andere kleur (kleur:.......) voor de verschillende onderdelen. c) lichtbron, golflengteselector, detector d) toepassingen geven, algemeen en een concreet voorbeeld. e) afwijking in de ijklijn geven in een grafiek, afwijking in één zin uitleggen, grafiek benoemen en afwijking aanduiden. Vraag 3 a) Leg de werking van de H+ gevoelige elektrode uit (geef hierbij een tekening ter ondersteuning van je antwoord) b) Wat is een "gecombineerde" H+ gevoelige elektrode? Leg uit in woorden en schets ook dit type elektrode (met aanduiding van de verschillende onderdelen). Vraag 4 (4 punten) a) oef op concentratie en absorbantie b) molaire conductometrie, een synoniem geven. Een tabel was gegeven hiervan, moest de juiste eenheid invullen. c) 4 grafieken gegeven. Grafiek aanduiden die voor AgNO3 en LiCl was.Labo synthese en karakterisatie (CB, CM, CP) Labo synthese en karakterisatie (CC) Metabolisme en regulatie (CB) Milieu- en natuurbeheer (CM) Milieubeheerstechnieken (CC, CB, CM, CP) 2021 Januari Examen Lector: L. Jacoby, schriftelijk examen, open vragen ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Vraag 1: Oefening: Nitrogen in water Gegeven: Mineral nitrogen, Kjeldahl nitrogen en total nitrogen Gevraagd: Organic, ammoniacal, nitrate, nitrite Vraag 2: Tabel over organische en anorganische componenten en hun scheidingstechnieken Vraag 3: Werking Primary treatment (settling tank) Snelheid/ afvoer en aanvoer/… Vraag 4: Water parameters waardes kennen COD BOD SS TN P Vraag 5: BOD Grafiek dagen i.f.v. CFU (CFU/ml, 0-100, 5 dagen). De grafiek uitleggen Vraag 6: P-removal. Waarom verluchten? 3 configuraties geven + reactoren en stromen schetsen + 1 voor- en nadeel Kan P uit waterstroom hergebruikt worden? Vraag 7: 4 types distinguished Type I: unhinderd settling of granular particles Type II: unhindered settling of flocculant particles Type III: hindered settling of granular and/or flocculant particles Type IV: thickening Vraag 8: Settling velocity Grafiek kunnen benoemen Vraag 9: Wat is filamentous bulking? En hoe tegengaan Vraag 10: Breakpoint chlorination Grafiek (reacties chloor toevoegen aan water tot desinfectant) tekenen + benoemen en uitleggen Vraag 11: Wat is de stratosfeer? Vraag 12: Photochemical SMOG uitleggen, hoe ontstaat het? 2022 Januari Examen Lector: L. Jacoby, 2,5 uur examen, schriftelijk + mondeling, open vragen. Je kreeg tijd om je vragen schriftelijk te beantwoorden, als je denkt dat je klaar bent kan je naar hem gaan en gaat hij mondeling met jou je antwoorden overlopen en eventueel tips geven (wel ten koste van punten) om vragen te beantwoorden, eventueel kan je nadien nog terug gaan naar je plaats om aan te vullen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 12 januari voormiddag Vraag 1: Termen uitleggen MWCO Slibbelasting Toxic rain Percipation deficit Vraag 2: Filamentous bulking uitleggen Vraag 3: Photochemical SMOG uitleggen Vraag 4: Grafiek uitleggen (CFU/ml, 0-100, 5 dagen) Vraag 5: types sedimentatie Type I: unhinderd settling of granular particles Type II: unhindered settling of flocculant particles Type III: hindered settling of granular and/or flocculant particles Type IV: thickening Vraag 6: P-removal Waarom verluchten? 3 configuraties geven + reactoren en stromen schetsen + welke de beste is Vraag 7: Grafiek over sedimentatiesnelheid en moest je zeggen wat er gebeurde 12 januari namiddag Vraag 1: een formule: V =invullen met gegevens. Vraag 2: 4 begrippen uitleggen: CFC FISH Aerosol Membrane fouling Vraag 3: Wat zijn de grootste soorten vervuiling Vraag 4: Grafiek met BOD uitleggen, assen benoemen, wat is BOD… Vraag 5: Wat is de invloed van een stationaire motor op NO vervuiling Vraag 6: Duid de juiste mixers aan voor viskeuze vloeistoffen Vraag 7: Deze grafiek uitleggen: (zone A,B,C en D uitleggen, rode en blauwe lijn uitleggen) 19 januari voormiddag Vraag 1: Termen uitleggen (4 punten) Crossed water flow Percipation deficit PM10 washout Vraag 2: Leg uit wat osmotische druk is en geef voorbeeld waar dat zicht voordoet. (2 punten) Vraag 3: Leg alles uit van photochemical SMOG (5 punten) Vraag 4: Wat is de invloed van een katalysator bij een benzinemotor (waarom beter) (5 punten) Vraag 5: UASB en EGSB uitleggen en met elkaar vergelijken (4 punten) 19 januari namiddag Vraag 1: Termen uitleggen (4 punten) Gass stripping Eutrofiëring DSVI Dead-end filtration Vraag 2: Leg de werking van MBR uit? (4 punten) Vraag 3: Wat kan er misgaan bij de vlokvorming en bezinking van actief slib? (4 punten) Dispersed growth, Pinpoint flocs, Rising sludge, Viscous bulking and foaming en Filamentous bulking Vraag 4: Hoe wordt NOx emissie gecontroleerd in stationaire systemen? (4 punten) Vraag 5: Leg biologische stikstofverwijdering uit (N-removal dus eigenlijk). En leg het verband met deze grafiek (m.aw. leg die grafiek ook uit). (4 punten) 21 januari voormiddag Vraag 1: termen (4punten) 1987 Montreal Protocol Drag Coefficient (Weerstandscoëfficiënt) PTR T-stratificatie Vraag 2: Kjeldahl (3punten) Wat is het? Hoe wordt het berekend? Welke apparatuur? Vraag 3: (2 punten) Berekeningen met NBv. 1mg NO3-N = ... mgNO3 Vraag 4: (6punten) Wat weet je over primaire en secundaire vervuiling? Geef ECHT ALLES ook reactievergelijkingen! + Zure regen uitleggen. Vraag 5: koolstofverwijdering: dimensioneren, uitleggen, welke parameters, geef de massabalans (niet de afleiding). (5punten) 2022 Augustus/September Examen Lector: L. Jacoby, 2,5 uur examen, schriftelijk + mondeling, open vragen. Je kreeg tijd om je vragen schriftelijk te beantwoorden, als je denkt dat je klaar bent kan je naar hem gaan en gaat hij mondeling met jou je antwoorden overlopen en eventueel tips geven (wel ten koste van punten) om vragen te beantwoorden, eventueel kan je nadien nog terug gaan naar je plaats om aan te vullen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 27 augustus Vraag 1: Termen uitleggen Vraag 2: P-removal Waarom verluchten? 3 configuraties geven + reactoren en stromen schetsen + welke de beste is Vraag 3: Photochemical SMOG uitleggen Vraag 4: Filamentous bulking uitleggen Vraag 5: Berekeningen met N en P Bv. 1mg NO3-N = ... mgNO3 30 augustus Vraag 1: een formule: V =invullen met gegevens. Vraag 2: Duid de juiste mixers aan voor viskeuze vloeistoffen Vraag 3: 3 begrippen uitleggen: PTR Percipation deficit Washout Vraag 4: Leg biologische stikstofverwijdering uit (N-removal dus eigenlijk). En leg het verband met deze grafiek (m.aw. leg die grafiek ook uit). Rode, blauwe lijn, zone A, B, C, D uitleggen Vraag 5: Wat is de invloed van een katalysator bij een benzinemotor (waarom beter) (5 punten) Ook reacties geven Vraag 6: Leg uit wat osmotische druk is en geef voorbeeld waar dat zich voordoet. 2 september Vraag 1: Termen uitgebreid uitleggen (3 punten) 1987 Montreal protocol Asbest T-stratificatie Vraag 2: UASB en EGSB uitleggen en met elkaar vergelijken (4 punten) Vraag 3: Berekeningen met N en P (3 punten) Bv. 1mg NO3-N = ... mgNO3 Vraag 4: Hoe worden NOx emissie beheerst in stationaire systemen? (4 punten) Ook de 2 reactievergelijkingen geven! Vraag 5: 2 grafieken met BOD uitleggen (BOD ifv afstand en number/ml ifv afstand). Hoe wordt BOD gemeten, wat wordt er gemeten, eenheid BOD. Grafiek tekenen met BOD bij 5, 10 en 20 dagen en assen benoemen. Wat is de BOD milieunorm bij oppervlaktewater. (5 punten) Onderstaand zijn de 2 grafieken die je kreeg en moest uitleggen. De milieukwaliteitsnorm is denk ik 6 mg O2/l Vraag 6: Wat kan er misgaan bij de vlokvorming en bezinking van actief slib? (4 punten) Dispersed growth, Pinpoint flocs, Rising sludge, Viscous bulking and foaming en Filamentous bulking Milieurecht I (CM) Juni 2022 Docent: Frederik Niesten Schriftelijk met mondelinge toelichting(Dieje zen examen had meer grammatica- en spellingsfouten dan dit document wss....) Vraag15 definities: 0,5p/ begrip Vraag 2Geef 3 hoofdzaken dat internationaal van belang zijn binnen het milieurecht. vraag 3 vraag 4 vraag 5Hoe zou jij het aanpakken als je in het EU-parlement gezeteld was en je de PFOS-VERVUILING wou regelementeren?(Argumentatie is belangrijker dan je keuze van richtlijn, besluit, ...) vraag 65 meerkeuzevragen vraag 7Idk meer wat de vraag was maar het antwoord was de begrippen milieu-inbreuk en milieu-misdrijf uitleggen. vraag 82 casussen, 3punten/ casus → je krijgt een casus en beantwoord met bepaalde wetten Moleculaire biologie en Biotechnologie I (CB) 2015 augustus examen Lector: Van den Bergh Karolien Vraag 1: Leg deze woorden uit. a) UTR b) nucleosoom c) isocaudomeren d) peptidyltransferase e) ? Vraag 2: smeltpunt van DNA a) Grafiek van het smeltpunt is gegeven. Vul de assen aan. b) Hoe wordt deze grafiek bekomen? c) Geef de definitie van het smeltpunt en duid dit aan op de grafiek. d) Geef de verschillende invloeden op het smeltpunt en leg deze uit met behulpo van één of meerdere grafieken. Vraag 3: Replicatie. a) Ds DNA is getekend. Duid de leading strand aan. b) Geef de sequentie die gerepliceerd wordt uit stuk 1 van de lagging strand (in de juiste conformatie). c) Welk polymerase staat in voor de replicatie aan de lagging strand? Bespreek zijn functies a.d.h.v. de opbouw van dit polymerase. d) Doe hetzelfde voor polymerase 3. Vraag 4: regulatie van de genexpressie a) Het lactose operon is getekend. Duid de structurele genen, de regulatorische genen en de regulatorische sequenties aan. b) Welke eiwitten coderen de structurele genen? c) Leg de regulatie van het lac-operon uit. Vraag 5: ¨PCR Kader met info gegeven (samenstelling van het preparaat, de cyclistappen,...). a) Van wat is dit een gebruiksaanwijzing? Wat is Taq polymerase? b) Leg de verschillende cycli stappen uit. c) Wat is het plateau effect? Hoe wordt dit bekomen? d) Welke stof is minstens noodzakelijk in de buffer? e) Welke 2 stoffen missen nog in het preparaat? f) Wat is het principe van gelelektroforese? g) Leg de 'zeefwerking' uit. h) Hoe kan men de lengte van het bekomen product bepalen? i) Hoe kan men de massa bepalen? Vraag 6: pBR 322 vector a) Welke antibacteriële resistente genen zijn er en duid deze aan op de tekening van de vector. b) Hoe kan men nagaan of klonering gelukt is? c) op welk principe berust dit? Vraag 7: restrictiekaart a) Vul de ontbrekende sequenties aan b) Welke soort conformatie is dit? c) Duid de knipplaats aan d) Schrijf de bekomen eindes neer e) Wat voor soort ends zijn dit? f) Vul de restrictiemap aan2022 Januari Examen Moleculaire Biologie en Biotechnologie I Lab Pagina 1 3 vragen omtrent antibioticaA. Je hebt een antibioticum gekregen met een waarde van je stockconcentratie, dan vragen ze hoe je 2ug daarvan kan maken dus das doormiddel van je formule 1000x stock is 1 werk en eigenlijk vergelijkbaar met berekeningen van Ap100 B. Hoeveel van vraag A. Moet je dan toevoegen aan 250 ml broth medium C. Vraag over een enzym dat je toevoegt aan je medium en sommige kolonies die gaan dan ook groeien omdat die daar resistent voor zijn en dat uitleggen. Pagina 2 A. Berekeningen op buffer 1x TAEJe krijg 1x TAE 1L gegeven en van elk ingrediënt daarin de molaire massa dus bv.0.02 M tris base0.3 M acetaat0.01 M EDTA Dan krijg je 3 vragen hierover, de vragen gaan telkens toepasbaar zijn op 10X TAE 3 liter: Berekenen hoeveel trisbase, azijnzuur dus acetaat en EDTA je nodig hebt. En dan nog een vraagje erbij... hoe ga je dit praktisch dan uitvoeren? Pagina 3 A. Je krijgt een fysische kaart en een beetje uitleg over een bepaalde klonering, er wordt dan gevraagd welke componenten je nodig hebt voor je ??? Iets van ja dat dat lukt... gaat dan over ampicilline enzo en IPTG en X-Gal dacht ik B. Leg nu het principe van deze screeningsmethode uit en leg in je uitleg deze componenten uit. (Dat is de blauw wit screeningsmethode waar ze het over heeft) Pagina 4 A. Leg uit wat kolomchromatografie opzuiveringsmethode of zoiets inhoudt (gaat over silica-membraan kolomchromatografie) Pagina 5 Je krijgt de percentages van restrictie-enzymen gegeven A. Een tabel waar jij moet invullen wat je gaat gebruiken om finaal 30 ul te krijgen en hoeveel, je gaat telkens ook een uitleg voor elk ding moeten geven ( dat is dus je DNA of staal, een buffer gekozen uit die tabel en 2 keer een ander restrictie-enzym af te leiden uit de opgave en dan als laatste water omdat je daar mee moet aanlengen tot finale volume, telkens ook volume van elk ding hier dus ook berekenen) Pagina 6 Je krijgt een voorbeeld van een gel elektroforese beeld A. je moet dan op die foto op sommige stippenlijnen aanduiden wat het is, dit was chromosomaal DNA, nicked, lineair en supercoiled DNA. B. Verschillende fragmenten schatten hoeveel die zijn van grootte en uitleg geven waarom. Pagina 7 A.Universeel en reverse gegevenSmelttemperatuur berekenen a.d.h.v. formule (enige die je moest kennen van de temperatuurformules), dan ook de annealingstemperatuur berekenen a.d.h.v. de universele en reverse (dit is 1 getal dus ik weet niet of je het gemiddelde moest nemen ofzo?) B. Grootte van PCR berekenen C. Je hebt gegeven Denaturatie-, annealing- en elongatie- of terminatie-temperatuur? Wat komt er na dit laatste? 10 minuten op 72 graden zou dat moeten... wat is de reden voor deze laatste stap?2015 januari examen Lector: Van den Bergh Karolien Vraag 1: Leg deze woorden uit en bespreek hun belang. a) hyperchroomeffect b) forced klonering c) ethidumbromide d) en e) weet ik niet meer Vraag 2: repicatie a) Teken de replicatievork(en) met de leading en lagging streng en duid de richting aan b) Bespreek alle eiwitten die instaan voor de replicatie aan de leading streng c) Bespreek alle extra eiwitten die instaan voor de replicatie aan de lagging streng d) Bespreek de 2 belangrijkste typen polymerase Vraag 3: translatie a) Een figuur van tRNA is gegeven en jij moet de structuur bespreken door namen in te vullen op stippellijnen bij de figuur b) Het anticodon is aangeduid in een kleur en jij moet het codon geven dat op mRNA hiermee codeert c) Geef de 3 stopcodons d) A.d.h.v. een figuur de vorming van amino-acyl tRNA uitleggen e) Het verschil tussen initiator methionine tRNA en elongator methionine tRNA uitleggen door beide te bespreken Vraag 4: Miniprep en gelelektroforese a) Van wat is miniprep een toepassing? b) Welk uluaat wordt toegevoegd? c) Hoe wordt RNA gescheiden van het preparaat? d) Op welke interacties steunt de chromatografie? e) Wat zit er in de loopkleurstof bij gelelektroforese? Nog enkele vraagjes maar die weet ik niet meer Vraag 5: pUC18 a) Leg uit a.d.h.v. een figuur door de onderdelen aan te duiden en hun functie te bespreken b) Wat is het verschil tussen pUC18 en 19? c) Hoe kan men pUC18 aanduiden? Vraag 6: transcriptie a) Geef de 3 post-transcriptionele modificaties in eukaryoten b) Wat is een cDRNA genenbank en welke van de 3 eerder besproken modificaties helpt deze te maken?2016 augustus examen Lector: Van den Bergh Karolien Vraag 1: begrippen uitleggen en bespreek hun belang. a) Nucleosoom b) Polycistronisch c) Revers transciptase d) APS e) Neoschizomeren Vraag 2: Smeltpunt van DNA a) Grafiek is gegeven, vul de assen aan. b) Uitleggen wat de grafiek aangeeft. c) Smeltpunt Tm aanduiden op de grafiek en definitie geven hiervan. d) Geef andere factoren die een invloed hebben op het smeltpunt, leg deze uit m.b.v. grafiek/grafieken. e) Geef processen die gebaseerd zijn op het omgekeerd principe hiervan. Vraag 3: Transcriptie a) gegeven E. coli, duid alle belangrijke delen aan en bespreek deze Vraag 4: genexpressie a) Het lactose operon is getekend. Duid de structurele genen, de regulatorische genen en de regulatorische sequenties aan. b) Welke eiwitten coderen de structurele genen? c) Geef de betekenis van 'ter' d) Leg de regulatie van het lac-operon uit als lactose en galactose aanwezig zijn Vraag 6: Gastcel en vectorsystemen a) gegeven is pBR322n, geef de twee resistentie genen die de vector bevat en duid aan op de figuur. b) PstI en EcoRI worden geknipt, leg uit Vraag 7: Proteïne synthese a) Een figuur van tRNA is gegeven, geef de benamingen b) Het anticodon is aangeduid in een kleur en jij moet het codon geven dat op mRNA hiermee codeert c) Geef de terminatie codons (stopcodons) d) A.d.h.v. een figuur de vorming van amino-acyl tRNA uitleggen, geef de reactie e) Het verschil tussen initiator tRNA en elongator tRNA uitleggen door beide te bespreken2016 januari examen Lector: Van den Bergh Karolien Vraag 1: Leg uit en bespreek a) cDNA genenbank b) ORF c) True palindroom d) Northern blot e) ... Vraag 2: replicatie a) replicatievork gegeven: schrijf 3' of 5' (richting) en benoem de delen (lagging strand, leading strand, continue en discontinue synthese) b) welke 5 enzymen helpen bij de replicatie? c) ... Vraag 3: PCR een gebruiksaanwijzing is gegeven a) wat is PCR? b) cyclus uitleggen met grafiek c) Wat is het Taq enzym? + vermeld welk enzym het is vanuit vraag 2 d) Wat is er tekort om dit te kunnen uitvoeren? (er was maar 1 primer gegeven + er zat geen DNA in) e) Is de toevoegvolgorde belangrijk? + waarom? f) Welke stof is minstens noodzakelijk in de buffer? g) Vraag 4: pUC19 a) Leg Lac Z' uit b) ... Vraag 5 ... Vraag 6: Translatie a) wat is het verschil tussen het initiator methionine tRNA en elongator methionine tRNA? b) wat is hetzelfde tussen beiden? c) ...2017 januari examen Vraag 1: bespreek a)cDNA bank b) Tata box c) UTR d) Hot start PCR e) Plaques Vraag 2: Replicatie Streng met ORI gegeven, region 1 aangeduid. a) duid de leading streng aan op de region 1 b) geef de overkomstige nucleotide van de lagging streng c) geef het DNA polymerase die aan de lagging streng helpt en bespreek zijn fucnties a.d.h.v. de opbouw van dit polymerase d) die dit ook voor het DNA polymerase III Vraag 3: translatie bij prokaryoten Gegeven: tekening van de tranlatie bij prokaryten en een tRNA a) geef de verschillende RNA die hieraan meedoen b) wat is rrn operon? c) duid op de tekening aan op de stippellijnen wat dit is d) alle onderdelen uit c bespreken, hun functie, ... e) geef de codon die het anticodon heeft van het tRNA Vraag 4: Lac operon a) duid aan: structurele genen, regulatorische genen en regulatorische sequenties b) geef de vier eiwitten die gecodeerd worden met hun functies c) wat is het CAP? d) leg de transcriptie uit als er geen glucose en wel lactose is, geef de negatieve en positieve regulatie e) welke vectoren gebruiken het lac operon? f) welke antibiotica resistentie staan op deze vectoren? g) leg uit als: 1. niet-recombinante cellen 2. recombinante cellen 3. de kolonies niet vormen (insert op de resistentie merker) Vraag 6: restrictie HindIII en SpaII knippen, kaart is gegeven. a) aanduiden waar HindIII gaat knippen in een polynucleotideketen, wat voor uiteinden geeft dit? b) de restrictie aanduiden op een lijn Vraag 7 Geef voor western en southern blut enkele kenmerken.2018 augustus examen Vraag1: Begrippen a) Spliceosoom b) Polycistronisch c) Isocaudomeren d) SSB-Proteïnen e) Peptidasetransferase Vraag2: Gelelektroferese Een ongeknipt DNA Plasmide op een (1%) agarosegel is gegeven. a) Leg het principe uit. b) Duidt de de verschillende conformaties aan op de plasmide. c) Breng de begrippen cellyse en lysisbuffer in verband met deze techniek (wat zijn ze? Wat is hun functie/nut?) (Vraag3: Protocol) Vraag4: Prokaryote replicatie Een replicatie vork is gegeven, ORI en region 1 zijn aangeduid. a) Duidt de matrijsstreng/Leading streng aan. b) Van de region 1 (=aangeduid op fig.) is de sequentie van de leading streng gegeven, vul de sequentie van de lagging streng aan. c) Welk DNA-Polymerase werkt bij de lagging streng, leg de werking ervan uit a.d.h.v. de figuur en geef 3 functies van het DNA-Polymerase. d) (Analoog aan vraag c) Leg de werking van DNA-Polymerase 3 uit en functies. Vraag5: LAC-OPERON Het Lac-Operon is gegeven. (verschillende delen op de gegeven figuur ontbreken) a) Duidt de regulerende sequenties, de regulerende genen en de structurele genen aan op de figuur. b) Leg uit waarvoor Lac-Z, Lac-Y, Lac-A en Lac-I staan. c) Bespreek de werking van het Lac-Operon in aanwezigheid van glucose en in aanwezigheid van lactose. d) Wat is het CAP? Leg de werking uit. Vraag6: tRNA De tRNA figuur is gegeven, (bijna) alle onderdelen op de figuur ontbreken. a) Duidt alle (ontbrekende) onderdelen aan op de figuur. b) Leg het verschil uit tussen I-tRNA en E-tRNA. c) Geef de Stopcodons voor het gegeven tRNA. d) Geef het codon van het opgegeven tRNA. (=de 3 letters aan de onderste tak/bol van het tRNA-molecule) e) Geef de reactie van de activering van het tRNA en leg uit. Vraag7: vraag over gen knippen (HindIII), restrictiekaart gegeven.Moleculaire structuuranalyse (CB, CM, CP) 2022 Januari Examen Lector: H. Roex ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Theorie (8 punten) 1. Verklaar met een formule waarom de rekvibratie van een -OH bij een lager golfgetal is bij een geconcentreerde tetrachlooridemethaan oplossing dan bij een verdunde tetrachlooridemethaan oplossing. (2 punten) 2. Leg uit, wat is 'de resonantieconditie'? Hoe wordt het verkregen? Verklaar met formule(s). ( 3 punten) 3. Elektron Ionisation uitleggen (werking + voor- en nadeel). (3 punten) Oefeningen (12 punten) 1. Je krijgt een IR-spectrum en 4 mogelijke moleculen. Duidt het juiste molecule aan. En verklaar zoveel mogelijk banden. (3 punten) 2. Je krijgt een NMR-spectrum en brutoformule. Bepaal de structuur. (4 punten) 3. Je krijgt een brutoformule, NMR- en een IR-spectrum. Bepaal de structuur. (5 punten) 2022 Augustus Examen Lector: H. Roex, max. 3uur (weet niet of dit met 30% extra tijd was) ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Bij NMR spectra krijg je altijd de integraal. De oefeningen zijn normaal altijd hetzelfde gewoon andere structuren. Bij de theorie vragen: Heb je altijd een vraag van IR, waar je de formule met krachtconstante f moet geven en dan één van de factoren moet geven waarom de frequentie daalt of stijgt. Vraag van NMR, waar je altijd een formule moet geven en dan een begrip of iets anders uitleggen. Vraag van massaspectroscopie, waar je iets van ofwel ionisatiemethode(s) of massa-analysator(en) moet uitleggen of vergelijken met elkaar. De puntenverdeling bij theorie is altijd hetzelfde maar kunnen soms i.p.v. 1 vraag meerdere vragen zijn, zoals bij massaspectroscopie het geval is hier. De puntenverdeling is 2 IR; 3 NMR; 3 massaspectroscopie. Theorie (8 punten) 1. Rangschik onderstaande structuren volgens dalende frequentie van de C=O rekvibratie. En leg uit waarom. (2 punten) [stond er niet bij maar: 1ste is aceton (propanon), 2de is acetaldehyde (ethanal) en 3de is formaldehyde (methanal)] 2. Met een formule uitleggen waarom niet-chemisch equivalente protonen niet bij dezelfde chemische shift liggen. ( 3 punten) 3. Wat is Tandem MS. (1,5 punten) 4. Iets met quadrupool uitleggen denk ik, weet het niet meer zeker. Je mocht ook iets schetsen. (1,5 punten) Oefeningen (12 punten) 1. Je krijgt een IR-spectrum en 4 mogelijke moleculen. Duidt het juiste molecule aan. En verklaar zoveel mogelijk banden. (3 punten) 2. Je krijgt een NMR-spectrum en brutoformule. Bepaal de structuur. (4 punten) 3. Je krijgt een brutoformule, NMR- en een IR-spectrum. Bepaal de structuur. (5 punten)Moleculaire structuuranalyse (CC) 2022 Januari Examen Wat ik heb gehoord is dat het examen van chemie (afstudeerrichting) heel hard op het examen ( Examen januari 2022 ) van de andere 3 richtingen leek, maar bij de laatste oefening was er nog iets van C13-NMR bij. Je kan het best nog eens vragen aan een student die dat jaar chemie deed.2022 Augustus Examen Wat ik heb gehoord is dat het examen van chemie (afstudeerrichting) heel hard op het examen ( Examen Augustus 2022 ) van de andere 3 richtingen leek, maar bij de laatste oefening was er nog iets van C13-NMR bij. Je kan het best nog eens vragen aan een student die dat jaar chemie deed.Nanotechnologie (CC, CB, CM, CP) 2016 juni examen Lector: T. Mortier vraag 1 Deeltje in een doos (1 dimensionaal) (inclusief Schrödinger) vraag 2 a) Intrinsieke vs extrinsieke geleiders b) pnp/npn vraag 3 Begrippen uitleggen: Diëlektrische functie, STM, oppervlakte plasmon resonanties, dispersie, .. vraag 4 Oefening op threshold2015 Juni Examen lector: T. Mortier vraag 1 Brust methode helemaal uitschrijven en vergelijken met citraat reductie methode vraag 2 SEM uitleggen en vergelijken met TEM vraag 3 5 begrippen: dispersie, oppervlakte plasmon resonanties, STM, diëlektrische functie, en nog iets (uitleggen + situeren) vraag 4 Oef: de tresholdfrequentie bepalen me de werkfunctie gegeven en dan uitgaande van eenn bepaalde straal de snelheid van de elektronen berekenen bij het foto-elektrisch effect2022 Juni Examen Lector: T.Mortier, open vragen, gesloten vragen en oefeningen ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Hieronder wordt de verbetersleutel van de lector zelf gegeven. Houdt er wel rekening mee dat de nummers van de pagina's veranderd kunnen zijn. Heb er de nummers en namen van de betreffende tussentittels bijgeschreven indien de pagina nummers veranderd zijn. Vraag 1 Algemene open vraag over de verschillende soorten halfgeleiders en halfgeleider toestellen. Het antwoord dat werd verwacht op deze vraag kan je terugvinden in de cursustekst in het derde hoofdstuk vanaf pagina 67 t.e.m. 81 (3.4. Elektrische geleiding in metalen, isolatoren en halfgeleiders). Extra punten konden worden gescoord wanneer de link werd gelegd met het Fermi niveau en de Fermi energie vanaf pagina 65 t.e.m. 67 (3.3.3. Het Fermi niveau & de Fermi energie). Vraag 2 Kennisvraag en redeneervraag over metalen nanodeeltjes. Hier werd een figuur gebruikt die je kan terugvinden op pagina 146 (Au sferen) (7.2. Karakterisatie van metalen nanodeeltjes bestaande uit verschillende vormen) en uitleggen wat de oorsprong was van deze absorbantiepiek. Het antwoord staat beschreven in Hoofdstuk 7 vanaf pagina 141 t.e.m. pagina 148 ( heel Hoofdstuk 7). Om de extra vragen te kunnen beantwoorden, heb je het inzicht nodig dat staat beschreven in het vijfde hoofdstuk vanaf pagina 118 t.e.m. pagina 121 (5.6.5 Stabiliteit van colloïden) alsook het zesde hoofdstuk pagina 129 t.e.m. pagina 132 (6.1.3. Dr. Michael Faraday over gediffundeerde gouden deeltjes & 6.2. Nat-chemische synthese van metalen nanodeeltjes).  Er werd namelijk verwacht om te redeneren wat er zou gebeuren als je een sterk elektrolyt toevoegt en wanneer je te maken hebt met grotere nanodeeltjes. Vraag 3 Oefening waarbij je moest redeneren. De formule voor het golfgetal werd gegeven en gelinkt aan de formule voor de energie van een geëmitteerd foton die je kan terugvinden op pagina 44 in het hoofdstuk over inleidende begrippen uit de kwantumchemie.  Belangrijk om in te zien is dat de waarden van het hoofdkwantumgetal kunnen variëren van 1 tot oneindig. Dit is mijn eigen uitleg: Je kreeg alle waardes van de constanten en van nf, voor nf kreeg je er wel 3 verschillende en voor elk van die 3 verschillende waarden van nf, moest je de grootste Efoton berekenen en zeggen wat ni dan was. ni moest je altijd als oneindig pakken zodat de term - 1/ni2 zo klein mogelijk is ~ 0Onderzoeksproject I Biochemie (CB) Onderzoeksproject I Chemie (CC) Onderzoeksproject I Milieutechnologie (CM) Onderzoeksproject I Procestechnologie (CP) Onderzoeksvaardigheden III (CC, CB, CM, CP) 2022 Januari Examen Chemische Dataverwerking Lector: G.Fleerackers, vragen op computer (op campus) via Toledo toets, er zijn open, meerkeuze (zonder giscorrectie) en bestandvragen (bestanden moet je dan indienen bij die vragen). Je hebt 2 uur tijd ( 1u30min. + 30%). ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Iedereen had zo wat verschillende vragen maar gelijkaardig 14 januari 13:00 / 14:30 Versie persoon 1 Welke test is het beste om een uitschieter te detecteren = DIXON-Q Definitie van bias aanduiden Terugvinding berekenen Gepaarde T hypothese toets en de experimentele T waarde geven besluit bij 4 vormen Een tabel met gegevens en zeggen welke graadsterm het beste de gegevens benaderd en waarom Anova met kleurstoffen in glows ticks en contrast berekeningen Een functie waarbij ge de oplosser moet gebruiken om een x te bepalen voor een bepaalde y waarde Een anova uitwerking die ge krijgt en dan krijgt ge meerdere functies en zeggen welke mogelijk is Versie persoon 2 Herhaalbaarheid en reproduceerbaarheid berekenen Meerkeuzevraag over welke T-toets te gebruiken 4 vragen over laatste hoofdstuk Weet rest niet meer :)) 21 januari 8:30 x x x 21 januari 10:00 x x x 21 januari 13:00 x x x 21 januari 14:30 x x x 27 januari 8:30 x x x 27 januari 10:00 2021 Januari Examen Chemische Dataverwerking Welke toets? P-waarde Uitleg P-waarde Reproduceerbaarheid Bias Sr en Srw Grote vraag anova Regressie analyse: krijgt waarden van ijklijn en moet iets berekenen Regressie analyse: krijgt waarden in tabel en moet iets berekenen Regressie analyse: zelf vergelijking opstellen met waarden Regressie analyse: 3de graads uitwerken Organische chemie III (CC, CB, CM, CP) 2011 januari examen Vraag 1: Hoe ga je van cyclopentanon naar onderstaande verbindingen: (krijg je 8 verbindingen die je moet maken), soortgelijke oefening is te vinden op p 120 Vraag 2: In japan maakt men caprolactam(je krijgt de formule) uit cyclohexaan en Cl-N=O, leg het reactiemechanisme uit. tip, radicalair. oplossing staat letterlijk op p.247 Vraag 3: een verbinding waar je een zuurchloride-zijketen op plaats, deze zijketen heeft een keer een C=O(als keton) er in en de andere keer niet. verklaar hoe beide ketens geaddeerd worden(je mag enkel AlCl3 gekruiken). een van de reactieproducten heeft beide zijketens, verklaar welke er eerst op moet en waarom. (opl: C=O verwijderen door te verwarmen, gaat weg als CO gas.) Vraag 4: krijgen reacties over leerstof van de zelfstudie, moeten ze verklaren. Vraag 5: maak volgend modelcule (benzeenring met NO2 en op en in m-positie t.o.v. deze NO2 staat een CH2=C-CH=CH2 keten (aangebouwd via 2de C) (opl; zijketen was een geaddeerd zuurcloride, zitten dan nog met ketonfunctie die je kan omwerken via wittig naar C=CH2 i.p.v. C=O) 2016 augustus examen Kostermans: 1) kruisreactie -> aan welke voorwaarden moet je voldoen? 2) Eindproduct met verschillende groepen => hoe maken? 3) Pd-katalyse reactie met Sonogashira koppeling (gebruik van CuI en Et3N) Mens: 1) Nitrering bij 2x -I<+M (para tov van elkaar) gaat het vlot? + waar komt de elektrolyt? + hoe je aan de elektrolyt komt + volledig mechanisme 2) Dicarbonzuur + sterke base -> ? + chloorbenzeen -> benzeenring aan dicarbonzuur gebeurd dit via elektrofiele substitutie, via nucleofiele aromatische substitutie of via benzyn schrijf mechanisme 3) Basiciteit rangschikken2016 januari examen 22/01 Kostermans: 1) 2) 3) Pd reactie Mens: 1) 2) 3) Basiciteit, rangschikken2022 januari examen, versie 35 Lector: H. Faes, openboek, online via Teams, je krijgt je individuele examen doorgestuurd per mail en moet in een MS Teams meeting blijven gedurende je het examen maakt met camera je op. Je kreeg 2 uur voor je examen, daarna moest je indienen en moest je nog beschikbaar blijven tot je een mail kreeg dat je geslaagd was of werd opgebeld via teams, omdat je geen 10 had en je hij nog wat vragen stelden/ om verduidelijking vroeg om je proberen meer punten te geven zodat je mogelijks wel een 10 krijgt. Dit wachten kon wel lang duren hangt er beetje vanaf hoe snel je indiende/ hoeveel mensen worden opgebeld. Dit is versie 35,(ja... er zijn meer dan 30 versies) stuur in de groepchat voor een Google Drive met nog meer versies van dit examen en van 2021! ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 2022 Augustus Examen Lector: H. Faes, openboek, op school ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het waren vragen van dezelfde examens als in januari, waarschijnlijk gewoon weer wat gemixt. Hij zegt ook je punt na je examen.Polymeerchemie I: Vormgeving en eigenschappen (CC, CP) 2011 januari examen Omschrijf de volgende begrippen: auto-acceleratie, oplossingspolymerisatie, glas-rubber overgang, polydispersiteitsindex en blokcopolymeer. Geef het momonomeer van PP en de structurele eenheid van Nylon-6,6. Geef de levende kationische polymerisatie van methoxyetheen met BF3 en H2O als initiator Is deze polymerisatie een ketenpolymerisatie of een stapsgewijze polymerisatie? Hoe zie je dit? Hoe kan men te weten komen of dit een levende polymerisatie is (experimenteel)? (vergeten) Gegeven: d(M1)/d(M2) = ((M1)*(r1(M1)+(M2)))/((M2)*((M1)+r2(M2))) Wat betekenen r1 en r2 en geef de forumules. Leid deze copolymerisatievergelijking af in functie van y en x Welk polymeer wordt gevormd als als r1>1 en r2>1? Welk polymeer wordt gevormd als r1=r2=0? Er waren drie polymeren gegeven, verklaren waarom welke polymeer welke Tg heeft. polymeer zonder zijketen Tg=-90°C polymeer met een methylgroep als zijketen Tg=-50°C polymeer met Chloor als zijgroep Tg = -35°C Andere reeks Omschrijf volgende begrippen: graftcopolymeer, selectieve permeatiecurve (+ tekening), kinetische ketenlengte, stapsgewijze polymerisatie, ketenflexibiliteit Geef de monomeereenheid van PCL en de structurele eenheid van PTFE. De kationische polymerisatie van isobuteen in solvent dichloormethaan. De initiator mag je kiezen. Terminatie gebeurt door ketenoverdracht naar het solvent. Geef de copolymerisatie via een ketenpolymerisatie van twee monomeren volgens het Mayo-Lewisi model. Leg tevens r1 en r2 uit. Wat als r=0? Vragen i.v.m. kristallisatie Kan elke stof kristalliseren? Motiveer. Teken de grafiek i.v.m. de kristallisatiesnelheid in functie van de temperatuur. (dat is deze op pagina 118 uit de cursus) + motiveer. Geef een log E-T diagram weer voor een amorfe thermoplast, met Tg = 220°C, en met een secundaire glasovergang. Nog een andere reeks 1. Verklaar en bespreek kort de volgende begrippen - Thermische initiators (plus voorbeeld) - Specifiek volume - De smelt temperatuur (Tm)van een … (figuur plus formule) - Thermoharders - Isotactisch polymeer 2. Geef het monomeer van PS en de structurele eenheid van PPS 3. Geef de anionische ringopeningspolymerisatie van ԑ-caprolactam (structuur krijg je) met KOH als initiator. De terminatie verloopt door er een zuur aan toe te voegen. Is dit een polyadditie of een polycondensatie? (het is een polyadditie) 4. Geef uitleg over de Universele Calibratiecurve en leidt de formule af. Is deze beter dan de … formule molecuulmassa? 5. A. Teken het Log E – T diagram: I. Amorf, onvernet thermoplast met … II. Amorf, overnet thermoplast met … III. Thermoharder met 6% S-S bruggen en … B. geef 4 factoren die de Tg beïnvloeden. Bespreek.2012 januari examen Geef het verschil in structuur tussen thermoplasten, rubbers en elastomeren. Welke van deze vertonen elastische eigenschappen en wat bepaalt deze eigenschappen Geef de synthese van de radicalaire polymerisatie van PMMA met α,α'-azobis(isobutyronitril) als initiator ( structuur van methylmetacrylaat en initiator gegeven) Is de terminatie combinatie of disproportionering? Waarom? Is dit een ketengroei of stapsgewijze polymerizatie? Waarom ? Leid de vergelijking af voor de gemiddelde kinetische ketenlengte zonder ketenoverdracht. Geef het log E-T diagram van i. een amorf onvernet thermoplast met hoge molecuulmassa ii. " " " " " lage " iii. een thermoharder 2 structurele eenheden gegeven met benzeenring in en carbonylgroep. Eén van hen heeft een CH2-CH2 binding (enkele) en de andere een CH-CH binding (dubbele) Voor de rest zijn ze beiden hetzelfde. Toon aan welk van de 2 moleculen de hoogste Tg zal hebben - Veel geluk allemaal! Nimbush!2013 januari examen 14Jan 1. a) geef het verschil tussen thermoplasten, rubbers en thermoharders. b) Welke van deze heeft elastische eigenschappen, verklaar? c) Hoe kan je experimenteel het verschil tussen een thermoplast en een thermoharder bepalen? 2. a) Geef de synthese van PC vertrekkende van BisfenolA, fosgeen en pyridine (structuren gegeven) b) Is dit een polycondesatie of een keten polymerisatie, waarom? c) Wat is de rol van Pyridine? d) Leid de gemiddelde polymerisatiegraad af 3. a) Wat is GPC en hoe werkt het? b) Wat is een calibratiecurve en hoe komt men tot een calibratiecurve? 4. a) Kan elke polymeerketen een kristallijne stof vormen? b) Geef uitleg bij de grafiek (kristallisatiesnelheid = kiemvormingssnelheid + Kiemnogietssnelheid) c) Welke van deze 2 polymeren heeft de hoogste Tg? (2 polymeerketens gegeven) 9Jan 1. a) Verschil tussen massa- en oplossingspolymerisatie b) Waarom is stappolymerisatie beter geschikt dan ketenpolymerisatie bij massapolymerisatie? 2. a) radicalaire vinylpolimerisatie uitschrijven: monomeer en initiator waren gegeven. b) snelheidvergelijking afleiden. c) Is het een keten- of stappolymerisatie + geef 2 argumenten. 3. a) GPC uitleggen. b) calibratiecurven (voor wat en hoe). 4. a) Aan een polymeer worden korte lineaire zijketens toegevoegd: uitleggen wat er met tg en tm gebeurt. b) Wat gebeurt er wanneer een semi-kristallijne stof snel wordt afgekoeld en wat gebeurd er als men deze terug langzaam gaat opwarmen. Teken een V-T grafiek. 2014 augustus examen 1. a) radicallaire reactie met initiator geven. Reactie uitschrijven b) vergelijking van de polymerisatiesnelheid afleiden c) als het monomeer verdubbeld, wat gebeurt er dan met de polymerisatiesnelheid d) is dit een stap of een keten polymerisatie. Geef hiervoor 2 argumenten 2 a) geef een voor en 2 nadelen van oplossingpolymerisatie b) wat is een standaard polymeer c) geef het aantalgemiddelde d) voordeel en nadeel van universele calibratiecurve 3 a) Grafiek van kiemvorming gegeven en die kunnen uitleggen b) sterkte van pur vezel uitleggen 4 a) snelle afkoeling en trage opwarming kunnen tekenen b) 2 polymeren gegeven, welke heeft de hoogste tg en waarom 2014 januari examen Vraag 1 : Componenten en blends a) Wat is het verschil tussen een matrix- en een vezel-gedomineerde matrix ? b) Waarom is de treksterkte van parallelle vezels hoger dan deze van weefselmatten (bijvraag : hoe worden deze matten gemaakt ?) Vraag 2 : Thermische eigenschappen a) Wat is effect op de vicat- en smelt-temperatuur voor een deeltje dat enerzijds versterkt is door een rubber en anderzijds door een vezeldeeltje? b) Bespreek de methode voor het bepalen van Tm en vicat temperatuur Vraag 3 : Additieven en lijmen a) Leg uit : Verwekingstijd en tijd tot handvast b) Onder welke optimale conditie moet je deze lijmen gebruiken voor een twee-componenten lijm c) Als je mag kiezen tussen UV absorptiemiddelen of HALS welke zou jij dan kiezen , verklaar waarom. Vraag 4 : Vormgevingsmethode en rheologie a) Leg uit kallanderen en het kallandereffect b) Voor wat staat de MFI waarde en waarvoor wordt het gebruikt ? c) Mag je de MFI waarde van PE en PP met elkaar vergelijken , waarom wel of waarom niet ?2015 augustus examen lector: Roeckx Vraag 1 3 Polymeren gegeven a) Afkorting b) structurele eenheid (buiten van de thermoharder) c) 1 toepassing d) Tot welk type PM behoort het? (thermoplast, rubber of thermoharder) Vraag 2 Oplosmiddel = Benzeen (aprotisch) + met Na+ a) Geef het pylmerisatiemechanisme van een anionische vinylpolymerisatie b) geef gemiddelde kinetische ketenlengte Vraag 3 y1 = (r1x1^2 + x1x2) / (r1x1^2 + 2*x1x2 + r2x2^2) + grafiek gegeven (p48) a) wat is x1 , r1, r2 en y1 ? b) Wat zijn de reactieverhoudingen bij een willekeurige copolymerisatie + met welke grafiek komt dit overeen? c) Wat zijn de reactieverhoudingen bij een alternerend copolymerisatie + met welke grafiek komt dit overeen? Vraag 4 a) Universele Kalibratie curve tekenen b) Mark-Houwink realtie -> los op naar de onbekende molecuulmassa (M2=?) Vraag 5 a) Teken logE-T diagram met een amorf polymeer, een semi-krist. PM met lage M en met een semi-krist. PM met hoge M b) 3 stoffen vergelijken (waarom Tg hoger of lager, ...)2015 juni examen lector: Roeckx Vraag 1 (/6) Geef de afkorting, structurele eenheid (van fenolformaldehyde niet), 1 toepassing en duid aan tot welke type polymeer (thermoplast, rubber of thermoharder) deze 3 polymeren behoren: polystyreen, isopreen en fenolformaldehyde Vraag 2 (/6) Geef de propagatiesnelheidsvergelijking van emulsiepolylerisatie, leg de 3 stadia uit en leg het verloop van de snelheid uit in de 3 stadia. Vraag 3 (/8) a) Geef de anionische ringopeningspolymerisattie van ... met KOH . De terminatie gebeurt in aanwezigheid van water. b) Is dit een adittie- of condensatiepolymeer en leg uit waarom. Vraag 4 (/8) GPC a) Definieer de begrippen Mw en Mn en geef de naam hiervaan. b) Wat verlaat de kolom als eerste: hoogmoleculaire of laagmoleculaire polymeren en leg uit c) Is de bekomen molecuulmassa relatieve of absoluut. Leg uit. Hoe kan men uit de bekomen meetwaarde de molecuulmassa bekomen? d) Gaat het hier over een monodispers of polydispers polymeer als de PD = 1,7? Vraag 5 (/10) a) Geef de grafiek van amorfe en semi-kristallijne polymeren (specifiek volume en temperatuur) voor een polymeer dat traag afgekoeld wordt b) Leg voor elk polymeer de veranderingen uit en vergelijk de 2 grafieken met elkaar c) Geef 3 kenmerken van de glastoestand en de rubbertoestand d) Als een PP-plaat uit de diepvriezer wordt gehaald en op de grond valt, breekt deze. Leg uit. Tg = -15°C en Tm = 170°C2019 juni examen lector: Hilde Roeckx Vraag 1 Verschillende begrippen kort en duidelijk uitleggen ( /10) a) Technisch rubber b) Graftcopolymeer c) Stapsgewijzepolimerisatie d) Suspensiepolymerisatie e) GPC Vraag 2 2. ( /10) a) Anionische ringopeningspolymerisatie uitschrijven. Initiator: KOH Monomeer: Zelfde structuur als propyleenoxide, maar elke H vervangen door F. Terminator: Zuur milieu b) PMMA: - 1 toepassing, basiseenheid geven. - Formule voor polymerisatiesnelheid afleiden voor radicalaire polymerisatie. - Wat gebeurt er als de concentratie van de initiator verhoogd wordt? Vraag 3 (/10) Teken de logE/T grafiek voor a) Thermoplast met grote molecuulmassa b) Thermoplast met lage molecuulmassa c) Thermoharder - Geef voor elke fase 2 eigenschappen. - Bespreek de verschillen tussen de 3 polymeren in de grafiek. Vraag 4 (/10) a) Welke indeling bestaat er tussen de bio-plastics? Bespreek ze kort. b) Geef 2 voordelen van bio-plastics, en leg kort uit. c) Zijn bio-degradeerbare plastics een oplossing voor zwerfvuil? Leg uit. Succes! - WesProcestechnologisch Labo I (CP) Procestechnologisch Labo II (CP) Scheidingstechnieken (CC, CM, CP) 2012 januari examen Formule van dV/dt gegeven. Vind hieruit een formule die het volume filtraat als functie van de tijd geeft, voor filtratie bij constante druk met aanloopfase. Bespreek. Bespreek type III en IV bezinking. Bespreek elektrodialyse. Oefening op tegenstroomsextractie, op kristallisatie en op absorptie.2015 januari examen Lector: Andriessens Stefan Vraag 1: Absorptie & filtratie a) Bespreek type 3 absorptie b) Er wordt gedurende 13 uur gefiltreerd (=Vnormaal). Er treedt een storing (=Vstoring) op waardoor de oppervlakte van de koek voor de helft krimpt en de constante (ben de naam kwijt maar het is deze: uL) 4 keer zo groot wordt. Hoeveel is Vstoring/Vnormaal? Vraag 2: Destillatie Heel de Methode van McCabe Thiele afleiden en bewijzen Vraag 3: Kristallisatie Een oef op kristallisatie waarbij je moet berekenen hoeveel % van alle methanol vast is geworden bij een bepaalde temperatuur2016 januari examen Lector: Andriessens Stefan Vraag 1: Continue destillatie a) Wat is q bij onderkoelde vloeistof? b) Is de q-lijn horizontaal, verticaal, stijgend of dalend? c) Verklaar dit adhv. een tekening Vraag 2: Filtratie Er wordt 13u gefilterd: Aan wat is Vstoring/Vnormaal gelijk? (bij de storing was Akoek 35% minder => beide formules zijn exact hetzelfde buiten de 0,35, dus je kunt alles schrappen en je komt dus gewoon 0,35 uit) Vraag 3: Bezinking Bespreek bezinking type 3 Vraag 4: Absorptie G = 100 + L= 1,4 * Lmin + Evenwicht (y= 0,8x ofzoiets) gegeven (zelf nog tekenen) a) Aantal trappen? b) Kolom met concentraties tekenen2017 januari examen Lector: Andriessens Stefan Vraag 1: Bezinking Bespreek type III en IV uit van bezinking. Vraag 2: Stripping Stel de werklijn van stripping op. Maak de bijhorende figuur. Vraag 3: Tegenstroom extractie Oefening op tegenstroom. a) aantal evenwichtstrappen. b) bereken het debiet van Rn en E1. Vraag 4: Destillatie Oefening op continue destillatie, deze kwam uit de herhalingsoefeningen van in de les. a) aantal evenwichtstrappen. b) geef de samenstelling van de damp en de vloeistof in de voorlaatste trap. Vraag 5: Kristallisatie Oefening op kristallisatie.Toegepaste mechanica (CP) 2017 juni examen 1. Specifiek volume bij meertrapscompressie met tussenkoeling. Uitleggen adhv grafiek Hoe praktisch tussenkoeling inbouwen? 2. Lucht in leiding of cavitatie? Weten wanneer welke? Hoe lucht in leiding oplossen? Cavitatie in centrifugaalpomp 3. 4 gegeven voorwerpen benoemen (stoomstraalpomp, axiaalpomp, steekfles, lobbenpomp) 4. Grafiek geven van debiet ifv tijd voor : -Enkelwerkende translerende zuigerpomp -Dubbelwerkende - centrifugaalpomp 5. oefening op drukval (oefening 1 gemaakt in les)Toegepaste microbiologie (CB) 2022 Januari Examen Toegepaste Microbiologie Leg uit: intrinsieke factoren + 2 voorbeelden geven met uitleg. Salmonella, infectie of intoxicatie? Hoge/lage MID/MTD? Symptomen geven en waar het in voorkomt. Geef 2 voorbeelden van niet-bacteriële infecties. Productieproces van wijn uitleggen met uitleg bij de tussenstappen. + "Is dit een echte biochemische fermentatie, waarom wel/niet"? 2 voordelen geven voor micro-organismen in een biofilm + kort uitleggen. 2 oefeningen: 1 op groei en 1 op D- & z-waarde. Lab Hoe vinden we Clostridium sporen die sulfiet reduceren Leg 1 passieve en 1 actieve lucht ding uit (hoe dat je MO kve/ml lucht kunt meten) 1 oef over kve/G berkenen 1 oef om kve/cm² Toegepaste microbiologie (CC, CM, CP) 2022 Januari Examen Toegepaste Microbiologie Leg uit: intrinsieke factoren + 2 voorbeelden geven met uitleg. Salmonella, infectie of intoxicatie? Hoge/lage MID/MTD? Symptomen geven en waar het in voorkomt. Geef 2 voorbeelden van niet-bacteriële infecties. Productieproces van wijn uitleggen met uitleg bij de tussenstappen. + "Is dit een echte biochemische fermentatie, waarom wel/niet"? 2 voordelen geven voor micro-organismen in een biofilm + kort uitleggen. 2 oefeningen: 1 op groei en 1 op D- & z-waarde.